Pokertermen en -woordenlijst - Online pokerwoordenboek
Table Stakes - Een regel in poker die inhoudt dat een speler tijdens een hand geen extra geld uit zijn portemonnee bij mag pakken. Hij mag alleen het geld dat voor hem op tafel ligt in de huidige pot investeren. Als zijn chips gedurende de hand opraken wordt een side pot (bijpot) gecreëerd waarin hij geen aandeel heeft. Al het casinopoker wordt met table stakes gespeeld. De definitie houdt soms ook in dat een speler gedurende een spel geen chips mag verwijderen van de tafel. Alhoewel aan deze regel misschien niet gerefereerd wordt als 'table stakes', is hij bijna algemeen in al het openbare poker van kracht.
Tell - Een aanwijzing of hint die een speler onbewust geeft over de sterkte van zijn hand, zijn volgende actie, etc. Zou oorspronkelijk van 'telegraph' kunnen komen of het voor de hand liggende gebruik dat hij je 'tells' (vertelt) wat hij gaat doen voordat hij het daadwerkelijk doet.
Tilt - Wild of roekeloos spelen. Van een speler wordt gezegd dat hij op tilt is wanneer hij niet op zijn best speelt, teveel handen speelt, wilde blufs probeert, raiset met slechte handen, etc.
Time - (1) Een verzoek van een speler om het spel stil te leggen terwijl hij beslist wat hij gaat doen. Simpelweg, 'Time, please!' ('Tijd alstublieft!'). Als een speler niet om tijd vraagt en er is een behoorlijke hoeveelheid actie na hem, dan kan de dealer beslissen dat de speler gefold heeft. (2) Een hoeveelheid geld verzameld op de button of elk half uur door de cardroom. Dit is een andere manier voor het huis om geld te verdienen (zie ook 'rake').
Toke - Een kleine hoeveelheid geld (doorgaans $ 0,50 of $ 1) die de winnaar van een pot aan de dealer geeft. Tokes vertegenwoordigen vaak het belangrijkste deel van het inkomen van een dealer.
Top Pair - Een pair met de hoogste kaart op de flop. Als je A
-Q
hebt en de flop is Q
-T
-6
, dan heb je een top pair geflopt. Zie 'second pair'.
Top Set - De hoogst mogelijke trips (drie dezelfde kaarten). Voorbeeld: Je hebt T
-T
, en de flop is T
-8
-9
. Dan heb je de top set (hoogste set) geflopt.
Top Two - Twee pair, door met je twee gesloten kaarten pairs te vormen met de hoogste twee kaarten op tafel.
Top and Bottom - Twee pair, door met je twee gesloten kaarten pairs te vormen met de hoogste en de laagste kaart op tafel.
Trips - Three of a kind (drie dezelfde kaarten).
Turn - De vierde gemeenschappelijke kaart, die open en apart neergelegd wordt. Ook bekend als 'fourth street'.
Under the Gun - De positie van de speler die als eerste in actie komt in een betronde. Bijvoorbeeld, als je direct links naast de grote blind zit ben je preflop 'under the gun'.
Underdog - Een persoon of hand die mathematisch gezien niet favoriet is om de pot te winnen. Bijvoorbeeld, als je vier kaarten voor je flush flopt, dan ben je een 2:1 underdog om je flush te maken op de river (dat betekent dat je je flush eens in de drie keer zult maken). Zie ook 'dog'.
Value - Als in 'valuebet'. Dit betekent dat je graag zou willen dat je tegenstanders je bet callen (in tegenstelling tot bluffen). Meestal is dat omdat je de beste hand hebt. Echter, het kan ook een draw zijn die, mits er genoeg callers zijn, een positieve verwachtingswaarde heeft.
Variance - Een maat voor de bewegingen naar boven en beneden ('up- en downswings') die je bankroll doormaakt. Variance (variantie) is niet per se een maat voor hoe goed je speelt. Echter, hoe hoger je variance, des te grotere verschuivingen je zult zien in je bankroll.
Deze woordenlijst is afkomstig uit 'Winning Low Limit Hold'em' van Lee Jones
A-B | C-D | E-I | J-O | P-R | S | T-Z | Terug naar boven




